Google beoordeelt sites onder meer op Core Web Vitals: een setje metingen voor hoe snel en soepel een pagina aanvoelt. In 2024 verving INP de oude meting FID, en sindsdien is het een van de cijfers waar je site op afgerekend wordt. Maar wat meet het eigenlijk?
INP in gewone taal
INP staat voor Interaction to Next Paint. Het meet hoe snel je pagina reageert als een bezoeker iets doet: klikken, tikken, een menu openen. Duurt het lang voordat er zichtbaar iets gebeurt, dan voelt de site traag, ook al is hij visueel snel geladen. INP vangt precies die haperende, stroperige reactie.
Waarom het ertoe doet
Een site kan er snel uitzien maar traag aanvoelen zodra je erop klikt. Dat frustreert bezoekers en kost je conversie. Omdat Google INP meeneemt in zijn beoordeling, raakt een slechte score ook je vindbaarheid. Een goede INP is onder de 200 milliseconden.
Wat een hoge INP veroorzaakt
Meestal is het te veel zware JavaScript die de browser bezighoudt op het moment dat iemand iets probeert te doen. Te veel plugins, zware page-builders en externe scripts zijn de gebruikelijke verdachten. Meet je site met pagespeed.web.dev, dan zie je je INP. Valt hij tegen, dan zit de winst vrijwel altijd in het opschonen van scripts.
Verder lezen: Waarom een snelle website loont · Paginasnelheid verbeteren